






luchtdichting
Isolatie is pas efficiënt in combinatie met een perfecte luchtdichting! Kieren, spleten of slecht aansluitende isolatie kunnen de isolatiewaarde van de isolatie met meer dan 20% verminderen en kunnen bovendien gebouwschade veroorzaken.
cellulose-isolatie
[Gerecycleerd papier of houtvezels]. Verkrijgbaar in vlokken en matten. Toepassingen: thermische en akoestische isolatie van hellende daken, houtskeletbouwmuren, tussenvloeren, in plafonds en binnenmuren. Isoleren met papiervlokken leent zich goed voor renovatie omdat je ook onregelmatig gevormde en slecht toegankelijk ruimten kunt vullen. Lambdawaarde (W/mK): o,o38 a o,o~o Warmteopslagcapaciteit c (J/kgK): t6oo a 215o Dampopenheid.
Cellulose-isolatie (papiervlokken) is een puur recycled product. Van gerecycleerd kwaliteitspapier worden onbrandbare cellulosevlokken gemaakt. Cellulose kwam in vergelijkende tests al verschillende keren als beste uit de bus omwille van zijn uitzonderlijke prijs/kwaliteit verhouding. (o.m. Beter bouwen en verbouwen 253)
'cradle-to-cradle' [C2C]
EPB [energieprestatie en binnenklimaat]
EPB of “Energie Prestatie en Binnenklimaat” is sinds 1/1/2006 een verplicht energiedossier voor alle nieuwbouw- en alle verbouwingsprojecten die een bouwvergunning vereisen. Een EPB beschrijft in welke mate het gebouw voldoet aan het wettelijk bepaald niveau van energievoorziening en –besparing, de zogenaamde EPB-eisen. De EPB-eisen worden uitgedrukt in een niveau van energieverbruik (E-peil) en een graad van thermische isolatie (K-peil). Sinds 1/1/2010 gelden de maximumnormen E80 en K45.
lage-energiewoning
We spreken van een lage-energiewoning als het K-peil lager dan 30 is en het E-peil lager dan 60. Hiervoor heb je in de eerste plaats extra isolatie nodig — zo'n 10 a 12 cm in de vloer, 15 a 18 cm in de muur en 20 a 25 cm in het dak, een gedetailleerde afwerking en hoogrendementsglas. Deze vrij bescheiden extra kost heb je snel terugverdiend dankzij je lagere energiefactuur en de kleinere en dus goedkopere verwarmingsinstallatie.
K-peil [globaal isolatiepeil]
het K-peil of globaal isolatiepeil houdt rekening met het warmteverlies van de verschillende constructieonderdelen gekoppeld aan de compactheid van het gebouw. Net als op materiaalniveau geldt ook hier: hoe lager de waarde, hoe beter, want er gaat minder warmte verloren. Vanaf K30 verdient je huis de stempel 'lageenergiegebouw'.
E-peil [energieprestatiepeil]
Het E-peil neemt niet enkel het isolatiepeil, maar ook de invloed van passieve zonneenergie, verwarmingstoestellen, zonnepanelen enz. mee in het plaatje. Ook hier geldt: hoe lager, hoe beter. E100 staat voor de minimale wettelijke energieprestatie-eis, E90 scoort bijvoorbeeld 10% beter. Voor een lage-energiewoning is E60 het maximum.
De volgende vraag is: hoe ver kun en wil je gaan? De voornaamste beperkingen zijn onwetendheid en ontoereikende budgetten. Maar waar een wil is, is een weg! De K30 en E60 van een lage-energiewoning zijn perfect haalbaar door simpelweg een dikkere isolatielaag te voorzien.
L-waarde | λ-waarde [lambdawaarde | isolatiewaarde]
De isolatiewaarde van een stof wordt technisch uitgedrukt als de lambdawaarde (λ). Hoe minder warmte een materiaal doorgeeft (verliest), hoe lager de lambdawaarde, hoe beter het isoleert. De bio-ecologische isolatiematerialen scoren goed hierin en zijn vergelijkbaar met glas- en rotswol.
warmteopslagcapaciteit [c]
Warmteopslagcapaciteit (c) of 'inertie'. Die geeft aan in hoeverre een bouwmateriaal warmte kan opslaan. Denk maar aan een kersenpitkussentje. Hoe groter de c-waarde, hoe groter de warmtebufferende werking. De warmteopslagcapaciteit van nagroeibare isolatiematerialen ligt tussen 1600 en 2100 J/kgK. Daarmee scoren ze heel wat beter dan minerale (1030 J/kgK) en synthetische materialen (1400-1450 J/kgK). Bio-ecologische isolatiematerialen zorgen voor koelere kamers in de zomer. Petrochemische isolatiematerialen houden de warmte niet buiten.
dampopen
Inzake vochtregulering zijn bio-ecologische materialen niet te verslaan. De diffusieweerstand van een materiaal bepaalt in hoeverre het waterdamp (vocht) kan transporteren. Materialen met een laag diffusieweerstandsgetal (N), noemen we 'dampopen'. De μ-waarde van de meeste bio-ecologische isolatiematerialen bedraagt 1 a 10. Kurk biedt meer weerstand en is dus iets minder dampopen (5 a 30), maar scoort hiermee nog altijd veel beter dan synthetische isolatiematerialen met een N;waarde tussen 50 en 100.
Als je juist isoleert, kan de waterdamp die in elk gebouw geproduceerd wordt naar buiten voordat ze in de constructie kan condenseren. Hierdoor verminder je de kans op ongezonde schimmels en bouwschade. Naast de typisch bio-ecologische isolatiematerialen uit teeltbare grondstoffen zijn ook glaswol en rotswol dampopen. Let wel: isolatiematerialen mag je niet blijvend aan vocht blootstellen, zoals regen, grondvocht enz.
damprem
Een damprem is een folie of materiaal dat een beperkte weerstand heeft tegen waterdamp. Indien u isolatie plaatst moet u ook een damprem voorzien wilt u vochtproblemen vermijden. Een degelijk geplaatste damprem de performantie van uw isolatielaag sterk verhogen.
Een PE-folie (plastiek) of gelijksoortigen worden niet beschouwd als damprem, maar als dampscherm. Vocht wordt in het gebouw gevangen met kans op vochtopstapeling en als gevolg